Skip to content
1677

Uytertse hylickmaeckers

Anoniem

Voys: Slapende Jan. SA wacker Fiolen maekt nu der geklank Den Bruygom en Bruyt gaen dansen, De tepeltjes lanck, de borsjes zijn blanck Gelijcke de groote Hansen, la, la, Gelijcke de groote Hansen. Eer dat’er de Bruyd de kamer uyt gaet, Al isser de Bruygom al rede, Gelijk een Soldaet, op schillewacht staet, Soo staet’er de Bruygom mede, la, la, Soo staet’er de Bruygom mede. Laet yder eerst toonen sijn vrolickheyt, Met dansen ende met springen, Een knecht met een meyt, te samen geleyt, Het zijn soo moye dingen, la, la, Het zijn soo moye dingen. Den Bruygom die heeft’er noch tijdts genoegh Sijn Bruytje te caresseren, ‘k Wed dat hy genoegh, eer morgen vroegh Geen twee en sou begeeren, la, la, Geen twee en sou begeeren. Dus dansen wy vast de Bruyd te bedt, Het kraentjen dat isser aen ’t lecken, Bruyts tranen seer net, het isser een wet, Van ’t soete Minne-becken, la, la, Van ’t soete Minne-becken. Siet hoeder Cupido vast huppelt en lacht Nu hyder de Bed-stee hoort kraken, Ick heb’et gedacht, dat men dese nacht Een jongh Capiteyn sal maken, la, la, Een jongh Capiteyn sal maken.

EYNDE.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Uytertse hylickmaeckers · Anoniem · Poetry Cove