Skip to content
1677

Uytertse hylickmaeckers

Anoniem

Een Minne-Klacht, Van een Edelman aen sijn Matres. Voys: Courante la Bare. KUpido leght nu uw wapens neer, Mijn schoone Son verlaet het tegen streven:

Sy komt sigh in uw macht gebeven: Ag! seyd zy, ach! hier baet geen tegen weer Haer tegenstant was slechts onnut; So dra u schicht haer strafheyt had gestut:

Haer Marmer hart wierdt stracks tot min bewogen, Sy riep dus uyt; Ick ben bedrogen, Door die kleyne Guyt.

Heb danck dan kleyne Minne-Godt! Voor al de gunst van u aen my bewesen: Mijn luck is nu op ’t hooghst geresen, Nu dat mijn schoone leeft na uw gebodt.

Nu dat de min haer ziel gebied, Begint my vreugt, en eindigt mijn verdriet Haer strafheyt, en mijn ramp sijn nu vervlogen. Nu ist getraen,

Dan bey mijn Oogen, En mijn rouw gedaen. EYNDE.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Uytertse hylickmaeckers · Anoniem · Poetry Cove