Skip to content
1677

Uytertse hylickmaeckers

Anoniem

Voys: Als Bocxvoetje speelt met, &c. DE Amstelse straten wat krielen die tans Van Nooren en Mooren, Van Brit en van Frans,

Van Moffen en Knoet, En ’t Sweedse gebroet, Specken en walen pots michel en hans. Hier onder ’t geschaduw in eensaemheyt

Kackt Pleuntje, Een Seuntje, Mijn Joncker sijn meyd Haer maeghdom ter neer, En send het om veer;

Dus wort het geheim niet wijd uitgebryt. Tochtige Duyfje, en rippige Leen, Die wronge, En drongen Te lijdigh by een;

Ja waren so groen, En ’t lief kreegh een soen, Hy streelde de meyt van boven tot beneen. Wat yver doet Joris om Maegdaleen?

Te sluypen, Te kruypen Op hand en op teen; Hy kust met getreur De ring van de deur, Ja wringht hem schier door het sleutel gat heen.

De beelden so vast van Nobis kroegh, Daer sitten en kitten Laet ende vroegh, ’t Komt door een abuys,

Al rollende t’huys, Of een gebuer die willgh hem droegh. Den trijn der fielen is wacker in ’t velt, Men reeckent, Och teeckent,

Daer noyt voor een spelt; Ick noem hem een boef, Die dus nam sijn proef, Int meten sonder el, en dingen sonder gelt.

FINIS.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Uytertse hylickmaeckers · Anoniem · Poetry Cove