Skip to content
1646

Tweede Deel van Sparens Vreugden-Bron

Anoniem

Stemme: Dat ick een Honich-Byetje waer. Rosemont. 2 Sou ick soo haest mijn gantsche sin Begheven tot u listigh bleyen? En niet wat verbeyen Eer ick dit begin: Voorwaer dees saeck dient wel bedacht, 't Is beter voor mijn wat te langh ghewacht, Als dat het nae berouwt, Wanneer men is getrouwt. Coridon. 3 Rechte Liefd' en is gheen schijn, Daer werdt niet ghevonden 't Gheen vermenght is met fenijn, (Let op dese gronden) Al mijn hart sal altoos zijn Aen u reyn verbonden. Rosem: 4 Wel Coridon, van mijne tijdt Ghy doet wel soete woorden hooren, Die mijn Ziel bekooren,

En de gheest verblijdt: Maer of 'er nu hier in yet was, Dat haest verandert als het groenen gras, Wat gingh my Maghet an, Met soo een lichte Man. Corid: 5 Al wat oyt de trouwheydt gaf Heb ick u bewesen: d'Aerde werdt my tot een Graf Kan ick niet ghenesen: Weest u dienaer niet te straf, Schoonste uytghelesen. Rosem: 6 Komt hier, mijn trouwe Coridon, En laet dees treurigheydt nu varen: Ick wil met u paren, Hoogh-verheven Zon. Mijn Trouw door Trouw verwonnen leydt, Dies sal ick met u in der eeuwigheydt Gaen leven als u vrouw, Tot vreughde van de Trouw. Geduerigheyt verwint. Vredigh.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Tweede Deel van Sparens Vreugden-Bron · Anoniem · Poetry Cove