Van die Iuffr. en Monsr.
Iuffr.
‘k Wil hemte water en te broot,
‘k Blyf hem getrou tot in de doot.
Monsr.
Behoeften wy een haert en tyk,
Wy syn lang eens in ‘t Hemel-ryk.
- - - - - - - -
RoselynAl heeft myn Kupido geraakt,
En of myn hart van liefde blaakt,
De brandt sal ick verkoele
By myn, so dat de MinRooselyns Wreetheyt.
Versmooren moet, die in
Myn leeden schijnt te woelen.
Ciladon.Agh die het Minne recht in siet
Voorwaer het is en ‘t is oock niet
Wie kan hier recht van spreeken?
Of blijck van doen terstont
Waar min op is gegrondt
Dat vast blijft onbesweecken.
VenusWel vrindt dit is in kort geseyt
Liefden is min, eer, vastigheyt
Waar door het moet geschieden
Eer dat een man of Vrou
Kan treede tot de trou
Of ondertrou komt bieden.
RoselynMen weet wel wat u liefde is
Hier van heb ick versekernis
Dat liefde zijn maar woorde
De woorde zyn maar windt,
V geyle lust ons mindt
Waar best dat ghy ’t smoorde.
- - - - - - - -