Skip to content
1654

't Kortswylige steekertie

Anoniem

Van die Iuffr. en Monsr. Iuffr. Rinkint men veel men krygt een naam, En troutmen daar volght stip een kraam/

Monsr. ‘t Komt my noyt ‘t onpas drimaal daags, Te gaan met Iuffrous op sen haags.

- - - - - - - - ‘t Hert heeft, ‘t is waar, geen oopen, Och of met soo iets vondt! ‘k Soud u wel haast ontsloopen, Myn ongevynsde grondt.

Theodoora. Dat d’eeuw’ge wysheyt niet geviel, Haagt noyt zun minste mydt, Dus moet d’oprechtheydt in de ziel, Ten proef staan voor de tydt. Den boom ontdoen de vrugten, De vrughten eysschen tydt, Dus blooyen jaar geruchten, Dat punt diep onderlydt. Theodooretus. Dat uw’ bescheydenheyt bevalt, Ontrent dit deftig stuk, Wel puyck van toetsers verr’ ontvalt, Dus schynt ‘t slegts bloot geluk,

- - - - - - - -

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
't Kortswylige steekertie · Anoniem · Poetry Cove