Skip to content
1654

't Kortswylige steekertie

Anoniem

Van die Iuffr. en Monsr. Iuffr. Ik sag nog sogt oyt ryner slag, Och was ‘t van daag maar Bruyloftsdag.

Monsr. Al wod haar niemant, ‘k wil haar wel, Al was het in haar blanke vel.

- - - - - - - - De hemel vergeld’ ‘t die eerloose guyt Die met syn vlyen Steenen styf en kon Daagde tot schryen Die valsche Gabont, Bracht my

In ly Voor tydt verdryf: O Doot Ik malloot Waaghde te los mijn lijf. 2. Wat hy my Op ‘t laaken heeft geswooren Weet die schellem op syn ziel, Dat hy my tot syn vrou Voort nemen sou Al of hem de schoonste Princesse geviel: ‘k Ben een prep Soo hy my hadt bekooren Dan op dese schoone voet, Dus kreeg hy oopen hof In Wyv’rigs lof; Maer binnen het maantje was syn lust geboet, Doen ging men waaren

- - - - - - - -

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
't Kortswylige steekertie · Anoniem · Poetry Cove