Van die Iuffr. en Monsr.
Iuffr.
De Mysjes moeten vynsen vaar,
Maar sijn hoe eer hoe liever klaar.
Monsr.
Een stipken leer ik meer by ‘t boek,
Al heele schoften by den doeck.
- - - - - - - -
Ia voor u wijckt
En is geheel als Duyster.
Roselyns Roode kaeke
Die als een roode roos,
Mijn Zieltjes kan vermaeke
Door hare soete bloos.
Haar geel gevleght,
Al goutdraat reght,
Staat aan haar hooft te gieren,
Haar voor-hooft jendt,
Die hoor omrendt
Te zijn met Lauwerieren.
Vooghdesse vant gesaye
Dat Venis heeft gesaeyt,
Die Sou u Acker Maye
Daar Soo veel staen bekayt,
Of Phebus riep,
Daphina liep
Na ‘t boos Apol most suchten,
Waar door zy hier
Een Lauwerier
Verandert Door haar vluchtenC.I. Bindt altyt vast
- - - - - - - -