Skip to content
1654

't Kortswylige steekertie

Anoniem

Van die Iuffr. en Monsr. Iuffr. ‘k Mag wel een puntig jongman sien, ‘k Hoop voor geen ander my ‘t ontklien.

Monsr. Bedaarde mydt, out-bakken Broodt, Ter greep eweg, in hongers-noodt.

- - - - - - - - Soo kom ick dan uyt dit gequel En of ick haar Verlies Ick weer een ander kies Wat schaat t’een snel Een Iongh gesel Kan hy de een niet krijgen Hy kryght een ander wel,

Schoon of de Vrysters dan gemeen Seggen hy loopt een blauwe scheen, Soo blyf ick ester nogh te vreen En slaa het inde windt Want men wel meerder vint Daar sijnder veel Van dit Iuweel Al ist geen Rooselyntje, Ick krygh nogh wel myn deel.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.