Van die Iuffr. en Monsr.
Iuffr.
So lang men leeft so leertmen wat,
Maar ‘t meeste by de bakermat.
Monsr.
Ik wil wel back en brouwer syn,
Op voorwaard van een bedt-gordyn.
- - - - - - - -
Om loon van min,
Te Oosten na een stuur begin.
Kupidootje,
Iou loose guyt,
Wy moeten uyt,
Blyf jy dog roerman van de schuydt.
Fokk al jongen,
Kond j’ in je kracht,
Een woelge nacht
Wenscht elk dat gy t’saam overbragt.
Leef lang eenig.
Vw leen vermeer,
Tot dat gy weer.
Al ‘t garnizoentje geeft u Heer.