Van die Iuffr. en Monsr.
Iuffr.
De saak lyt last nu niet getrent,
De Vryers rysen tien par cent.
Monsr.
Een Meysjen dat elk antwoort gaf,
Slaat s’jaars wel 100 daalders af.
- - - - - - - -
Dan de door gunst
Van Roselyns Kunst
Diet alles kan geneesen
Keert niet van mijn
Gy medecijn
Vol kuys en eerbaar wesen.
Goddinnen die de werelt
Vervult met wijsheyt heel,
Rijst hoogher dan ‘t gepeerelt
Van Pallas Pronck-juweel,
Schoon Phebus ryst
Int laast weer Dyst
Zijn gulde straal van booven,
De Zon haar glans
Die heeft geen kans,
V glans kan hem verdooven.
Diana schijnt te swichte
Als Roselijn maar komt,
V glans kan haar verlichten
Waar door zy staat verstomt,
Zy weet niet wat
Haar heeft onvat
Zy soeckt haer schoonheyts luyster,
Die haar beswijckt
- - - - - - - -