Skip to content
1654

't Kortswylige steekertie

Anoniem

Van die Iuffr. en Monsr. Iuffr. Het snaaren-spel en soet gesang, Dat trou ik al myn leeven lang.

Monsr. Ik geef my voor een piemieuw aan, Maar ‘t sel met trouwen wel vergaan.

- - - - - - - - Dan dog loopt om’ ellende, Schier ende loos ten ende. Myn eyge Boris laat u staf, Vry ryten en verrotten, Beveelt het sootjen die ‘t u gaf, ‘t Sal dog met ons niet hotten,

Ons swoegen is verlooren, Wy sijn tot ramp gebooren. Boris.Waar toe vervalje Dorothe? Dees misslag is te byster, Ik nam u vry voor sterker mee, Hoe treft u dese tyster? Wat komt van wederstreeven? Een rondt rampsaalig leeven. ‘k Bely met u myn twede ziel, Hy sag den vraadt aanklampen En u naritsend op den hiel Stantvastig met hem kampen, ‘k Beken het gaarn’ myn waarde, Myn eene troost op aarde. Maar nimmer gelt dat wan-besluyt, Aan een van al de winden, Als pan iets waardigs geeft ten buyt, Dat hy ‘t al laat verslinden,

- - - - - - - -

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
't Kortswylige steekertie · Anoniem · Poetry Cove