Stem: Amarili mia Bella.
Dianiertje mijn verkooren,
Wiens siel ik stal na so veel minneklugjens
En hondert duysent sugjens,
Most ik mijn trootje in ‘t water sien smooren
Waar toe ben ik gebooren?
Dat ik mijn middag-Son met al haar schoon praalen
Dianiertje, Dian, Dian, sag daalen.
Byster onweer uyt ‘t soet suy’en,
Hoe sal ik derven oyt van al mijn leven,
Haar Ouders en Na-neeven,
Dit over-droevig scheeps-gevaar beduyen,
Eermen ‘t Feest in soud luyen,
So wort die prille roos ‘t puykje aller haagen.
Dian, Dian, Dian. Verslaagen
- - - - - - - -