Skip to content
1654

't Kortswylige steekertie

Anoniem

Van die Iuffr. en Monsr. Iuffr. Elk wagt sijn scheen ik staa te dier, Een ambagts-gast of winkeliet.

Monsr. ‘k Had eer’ een vlieger met een tou Nu soek ‘k een vlieger met een vrou.

- - - - - - - - De wis visscher trekt als ‘t nopt Ik doe nog veel knapper oopen, Als myn toeverlaatje klopt Kneukje mag privaat nu loopen, ‘k Laat my ook niet licht bekoopen, Om een appel, om een ey,

‘k Mott al eent par cent uytwinnen, Anders is ‘t maar mottig minnen Is hy hy ik ben een zy ‘k Moet eerst al na Amstelveen, Nu na Diemen dan na Slooten Op zijn dikke buydel heen, Die oyt ‘t bikken had verdrooten, Smaakte noyt het pit der nooten Savonts slentren in de stadt, Na de koek of poppekraamen Nimmer docht ik my te schaamen, Hem ‘t ontpracchen dat graag hadt. Kan hy soo ses maanden uyt, Door ‘t luylekkerlandt der boeren, Dan ter wagen nu ter schuyt Zonder stek of sucht my voeren, Daar luchthart op gaat koekloeren, Knapt hy gaartjes tot syn loon,

- - - - - - - -

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
't Kortswylige steekertie · Anoniem · Poetry Cove