Van die Iuffr. en Monsr.
Iuffr.
Nou houd jou tuygje fix en spits,
Iou troutje is al tot de Smits.
Monsr.
O klaar dat ik jou vryer was!
Ik wod jou knuffelen als een wasch.
- - - - - - - -
Waar van ik sal,
Nu scheyden om u al en al,
Venus Godinne wilt
Bereyde een altaar, waar dat ick op milt
Myn offer handt,
Betuycht met brandt,
Het binnest van myn ingewandt
‘k Sal geeven
Myn leeven
V tot een roof
Op goet geloof
Dat zy sal draa
Het woortje Iaa
Myn geeven en hebben genaa
Hebt doch genaa met myn
Leerinda, helpt myn maar door een woort uyt pyn
Gy cont het doen
Wilt u wat spoen
Geryst myn nu eens met een soen
V kacken
Eens racken
Bedrucken nou,
O schoonen vrou
En boet nu hier
- - - - - - - -