Van die Iuffr. en Monsr.
Iuffr.
‘t Kost eer, en staat ‘k hou ‘t tuygje net,
Eerst een gesnooten dan een slet
Monsr.
Sy klouwt al toe, schreumt selfs een stoot,
Sy deytse nimmer die Malloot.
- - - - - - - -
Eert u berout, en dan te laet sal wesen
Soo keert terweyl ‘t is tyt
Maackt u bedroefde Harder blyt
En Weer genesen.
Ey kiest het minst en ‘t meest gaat gy verlaten,
Ia om het aarsche goet,
Gaat gy daarom u trouwe Harder haten
Hoe kan dit u gemoet
Verdraaijen, die gy eertys plaght te draagen
Tot hoogmoet van u eer
Die smyt gy nu ter neer
Om hem te plaagen.
Nu plaght gy hem en het sal u berouwe
Wanneer gy zijt getrout
Wanneer gy dan met Tyter huys sal houwe
Dan sult gy sien de fout
Dat u dit goet des Weerels doet verleyden
Wilt dan gedencken mee
De Woorde die gy dee
En tot myn seyden
Princes tys wel kunt gy na Tyter voegen,
Gaat vry met Tyter heen,
Ick gun datje mught krygen u genoegen,
En wesen t’saam te vreen,
- - - - - - - -