Stem: Poliphemus an de &c.
Boere-baantje smeerig vetje, spreyt u netje,
Daar ‘s een vogeltjen op ‘t tuk
Die syn lieve lente-leeden, wil ontleeden,
Agter ‘t onbekommert Iuk.
Daarmen regt-uyt onopspraaklyk, en vermaaklyk,
Leeven mag dat leven heet.
Buyten wan-trou ront en seker, daarmen weker,
En gesonder herten weet.
Niet verstemt van menschen-tongen, ongedwongen,
Keur ik dit aal-oude gilt,
Al het vryen en het trouwen, steekt vol rouwen,
Saalig die daar niet aan tilt.
‘k Ben voor al des werelts oogen, vuyl bedroogen,
Van dat diamante ding.
- - - - - - - -