Van die Iuffr. en Monsr.
Iuffr.
Sy flouwen al k weet op een prik
Dat sy al grager syn als ik.
Monsr.
Wel Trien hoe staat jou mont so ploy?
‘t Is goet dat ‘k om gien broot en schoy.
- - - - - - - -
Bid en bedelt deur aan deur
Om te zijn een serveteur.
Dit nu in dit gilt wil weesen
Die moet hem dus stelle aan
Alseen bedelaar ongeneesen
Suchte, Weene, ende staan
Als een bedelaer aan de duer,
Om te zyn een Serveteur,
Lieve bedelaars minne smeckers
Kreunt u niet schoon dat de meyt
Zegt gy zyt geen harte breckers,
Waermee zy gaat helpje seyt,
Hout vry met u bedele aan
‘t Sal int eynt wel beter gaan.
Of gy bidt en bedelt lange
Alst u lief is, g’hebt geen noodt
Voor een sno Luysvanger
Schreumt niet Want gy bidt geen brood,
Van Luysvanger zyt gy vry
Gaat voort met u beedlary.
Ey Princesse lieve Vryster
Als ‘er sulck een beedlaar komt
Bidt en beedelt als een lyster
Maeckt hem niet te zeer verstomt
- - - - - - - -