Stem: Trommen en Trompetten. P. ACh Casandere uytverkooren, Zedenrijke zoete maagd, Segt my toch wat u mishaagd, Waarom gy my niet zoud verhooren; Of hebt gy mijn dood gezwooren, Dat gy my dus plaagd? C. Vriend Polines ’t is ‘er geen reden Dat gy dus mijn minne beklaagd; Om dat ik niet, terwyl gy ’t vraagd, My aan u straks verbind’ met Eden: Denkt dat Maagdens minsaamheden Dient door tijd bejaagt.
P. ‘t Is wel waar, O schoon Casandre, Maar hoe dikwils is het geschied, Dat door de tijd de Min tot niet Liep, en de liefde ging verandere: Hooger staat doet slechter wandere, Soo men dikmaals siet. C. Meent gy dan, indien ‘er mijn sinnen Waren geleyd uyt liefde soet, Dat ik om hooge Staat of goed Wederom sou een ander minnen? Neen Polines ‘k draag hier binnen Een opregt gemoed.
P. Segt Casandere lief mijn waarde, Waar was oyt een Minnaar goed, Die niet wensten om met spoed Door Echte Trouw op deser aarde Vast te zijn als een gepaarde, Lief Casandere zoet?
C. Ik beken, maar ’t haastige minne Siet men dat schielik weer vergaat; Dus eer men liefde leggen gaat, Moet men met Vrinde raad beginnen, En door kragt van ziel en sinnen Nemen vast beraad.
P. U discoursen en waardige reden Zijnder op eer en deugd gegrond; Maar overdenkt de tijd en stond Als ik tot u gedienstigheden My door min in eerbaarheden Stadig dienstig vond.
C. Ik weet al u dienstige daden, Ik beken u vlytige min; Dus blijft getrouw als in ’t begin, Hoopt ende boud op mijn genaden, Polines blijft wel beraden Tot u Herderin. P. Eerder sal de Son veranderen, Eerder sal de bleeke Maan Aan het hoog Gewellif niet staan, Eer ik verlaten zal Cazandere, Werelts pronk, noyt zal geen andere Mijne min ontfaan. C. ‘k Twijfel niet aan u getrouwe, Polines mijn waarde Vrind; Maar eerbaar tucht dat ieder mind, Heeft my geraden om u Trouwe Tot den eynde te beschouwe, Eer ik wierd gesint. P. Princelijke Maget vol waarde, Nektar-voedsel van mijn ziel, Dankbaar ik voor u neder kniel; ‘k Bid wilt op trou dees ring aanvaarde, Lof zy die ons eerst vergaarde Uyt een reyne ziel. C. ‘k Sal in dank u Trouw ontfangen ‘k Sal u wesen weer getrouw: Komt Polines staakt uw’ rouw, Liefde stroyt roosjes op mijn wangen, Die door schaamte bloosend’ hangen, ‘k Blijf u waarde Vrouw. P. Komt godinne, schoonste der schoone, Laat ik drukken u roode mond, t’ Wijl nu dit Echte Min-Verbond My met dit gunstig geluk komt kroonen Nu mijn Engel ‘k zal u toonen Liefde t’ aller stond: C. Nu is al de praat gescheyden, Nu is al de spot gedaan; Siet hoe nu alle klappers staan, Die u bespotten tusschen beyden: Dus komt troost na bitter leyden, Liefd’ kan niet vergaan.
P. Ach! Bekoorster van mijn sinnen, Ach! Princesse van mijn hert, Leert hier, O Jonkmans hoe de smert, Gy door betrouw sult overwinnen, Siet stantvast en vlytig minnen, Hoe gy winnaar werd. Jonge jeugd verheugd malkanderen, Vlegt een Krans en Roozen-hoet, Wenst heyl en luk en waarde groet, Lang leef Polines en Casandere, Fama sal haar toon verandere Om dees Liefjens zoet.
Cookies on Poetry Cove