Skip to content
1657

't Geestelijck kruydt-hofken

Anoniem

Op de wijse: Alst begint. HEer laet na u belofte soet V Geest in 't herte dalen, Soo werdt recht geleydt ons gemoedt, Anders moeten wy dwalen: Zijt ons altijdt ontrent, V Liefde tot ons wendt, Beschijnt ons met u stralen.

Ons feylen niet te tellen zijn, Die wy hebben bedreven, Maer ghy, O Zielen-medecijn! Wiltse ons al vergeven; Troost onse ziele soet, Met 't onvergancklijck goedt, Op dat wy mogen leven.

Rekent ghy na gerechtigheydt, Wie kan dan staende blijven? V diepe goedertierenheydt Wilt by ons schulden blijven, Ghy weet wat voor een werck Dat wy zijn, seer onsterck, Die den windt licht kan drijven.

By ons is menigh sucht en wensch, Om stadigheydt der sinnen, Maer van beneden is den mensch, Wat soud' hy doch beginnen? Van boven moet het zijn, Dat hier t' allen termijn, De werelt kan verwinnen.

Dus openen wy u ons hert Laet uwen Adem waeyen, Tot verkoelingh van onse smert, Wilt uwen Geest insaeyen, Ghy kont doch alle dingh, Oprechten seer geringh, Dus laet ons blyschap maeyen.

Geen toevlucht hebben wy dan u, Waer souden wy ons keeren? Ghy zijt doch onsen Vader nu, Wilt ons van u niet weeren Wy wachten op u hant, Kleyn van kracht en verstant, Dus wilt ons hert regeeren.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.