Skip to content
1657

't Geestelijck kruydt-hofken

Anoniem

Op de wijse: Adieu lille la jolye. ALs men een hondert heeft gheschreven, Ende thiene, zijt dit vroet: Daer was een Bisschop vroom van leven Die doen tot Antiochien stoet, Ignatius was zijn name,

De derde Bisschop naer Petrus siet, Die om Godts woort leersame Quam in banden en verdriet, Maer volstandigh sijn leven liet.

Wt 't landt van Syrien naer Romen Werdt hy gesonden met Krijghslien, Die hem wreed'lijck sonder schromen Handelden, soo men mocht sien, Naer Eusebius verkonden, Strijd' ick, seydt hy, dagh ende nacht, Met Luypaerts en Ruyteren gebonden Die uyt ons weldaden dit acht Daegh'lijcks wreeder zijn vol pracht.

Als hy gevanckelijck, wilt mercken, Reysde door Asien die stede groot, Hy ginck die vergaderingen stercken, Tot volherdinge totter doodt, Dat sy haer souden bewaren Voor die ketters, die doen ter tijdt Toe namen, met groote scharen, Dus heeft hy hem gequijt, End' haer gewaerschouwet, met vlijt.

Nu begin ick, heeft hy beleden, Te werden een Discipel vroom, Doen 't vervolgh hem heeft bestreden, Heeft hy 't veracht al sonder schroom: Laetse kruycen, en beesten Soecken, en alle torment, Ick en vreese minst noch meesten, Mach ick, heeft hy bekent Christum alleene verwerven jent.

O vrienden! wilt dit noteeren Wat den Martelaer heeft vertelt, Wat het is tot onser leeren, Hoe vroom hem droegh dees Christen helt.

Ick ben, seydt hy, Godts koren, En werde met der Beesten tandt Gemalen, wilt dit hooren, Op dat ick Christum playsant Een suyver broodt blijve constant.

O salige Beestkens hy seyde: Wanneer sult ghy kommen om my, Wanneer sal men u bereyden Wanneer werd' ick een spijs voor dy? Naer haer is mijn verlangen, Datse haest'lijck werden bereedt, Ick alse nooden end' ontfangen, Om my te verslinden wreedt: Dus geduldigh hy den doodt leedt.

Oorlof mijn vrienden t'samen, Ignatius wierdt voorwaer Verslonden om 's Heeren name, Wilt zijn exempel volgen naer, En laet u niet verdrieten Van de wereldt te maken afscheydt, Soo sult ghy met hem genieten De kroone der heerlijckheydt, Die Godt de sijne heeft bereydt.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.