Op de wijse: Van den 16. Psalm, Bewaert my Heer. Psalm 63: 1.1 Ick buyght my o Heer voor u ter neer, Met een gemoet vol hertelijck begeeren, Om u gracy te ontfangen o Heer, Daerom ic open doe in groot verneeren, Alle mijn kracht, mijn hert en al mijn sinnen, Psalm 26: 2.2 O Heere wilt my bereyden van binnen, Psalm 51: 4.3 * Ick wil om u liefde o Iesu milt, Phil. 3: 7.Vermyden alle wellust en vermaken, Psalm 62: 15.4 Ende stil zijn voor u, o mynen schilt, Esa. 30: 15.Wilt mijn ziele met uwen Geest genaken, En uyt my doen al wat u aert is tegen, Al waer schoon mijn siele daer toe geneghen. Psalm 139: 23.5 * Ick bid dat ghy, o Heere, hoogh van macht, Psalm 119: 71.My niet verschoont in geenderleye lyden, Psalm 94: 12.Dat my van noot is tot ware aendacht, 2 Corint. 7: 10.Tot saligheyt, om met u te verblyden, Psalm 30: 9.O Heer aenvaet my, en verbint my vaste, 6 En neemt van my alle der sonden laste. * Om u over-groote liefde O Heer, Die ghy my arme sondaer hebt bewesen,
Neem ick weder tot u al mynen keer, O Heer, om van u heel te zijn ghenesen, 7 Maeckt mijn ziele tot eenen kruyt-hof schoone,Cant. 4: 12. Daer ghy o Coning in wandelt ydone. * O aldersoetste Iesu mynen schat, Weest doch altijdt by my en in mijn herte, Wandelt met my altijd op dynen pat, Want sonder u is mijn ziele in smerte, V schoon aenschijn wilt my toonen van binnen, O Iesu milt, sterckt my in dyner minnen. 8 * In u soetheyt mijn ziele Heer verdrenckt,Psalm 30: 7. Neemt my in dy, o liefde schon en reene, Mijn ziel verblijdt als ghy u wijn inschenckt, Daerom verkies ic u alst noodig eene, Ghy zijt prijs waert o mijn beminde Coning, Maeckt mijn ziel, Heer, alleen tot uwe woning. 9 * Mijn ziel verlangt u woning te zijn,2 Corin. 6: 16. Des buygh ick my altijdt voor u ter neder, 10 In diep ootmoedt voor u lieflijck aenschijn,Treno 3: 26. Geerne ben ick een weg, al ben ic teder, Ick wil laten over my gaen en treden, En lyden die uyt liefden al in vreden. * Om dat ghy u o mijn Coning vol waerd, 11 Also hebt gebogen tot mijnder vaten,1 Pet. 2: 21. En wert ons wegh tot saligheyt vermaerd,
Daerom wil ick mijn eygen wille laten, En spreken, Heer, uwen wille geschiede, Daerom mijn ziel alleen tot u troost vliede. * O mocht mijn mont altijt u Heere reyn, Wt s’herten gront prysen en vrolijck loven, Prent in my Heer u brandt en liefd’ alleyn, Dat die my perst op u te climmen daer boven, By u, o lief, soet is uwen aenschijne, Mijn ziel verlanght seer om by u te syne. Iohan. 17: 21.12 * Vereenight my met u o heyligh Heer, Soo mach ick met u lief gheselschap schoone, Abram, Isack, en al u vrienden meer, d’Engelsche schaer boven in ‘s Hemels troone, Verblyden en juychen u eeuwelijcke, Dus brengt mijn ziel in u schoon heyligh rijcke.
Cookies on Poetry Cove