Skip to content
1657

't Geestelijck kruydt-hofken

Anoniem

Op de wijse: Ick heb gesien den tijdt. Ofte: Edel Artisten koen. OCh vrienden als ghy gaet, V hert moet ghy hier laten, Want soo ghy ons verlaet, Wat sal ons bykomst baten, Soo ghy gaet uwer straten Na d' algemeynen loop? 'k En kant niet anders vaten, Of 't waer een diere koop.

Wy hebben onsen tijdt Soo soetelijck gesleten Tot der Zielen profijt, De reden uytgemeten, Soudt ghy ons soo vergeten, Als elck nu keert in 't sijn, Dit moet ghy van ons weten, 't Waer ons een groote pijn.

Het sou ons schijnen toe, Of ons gemeynschap heden Niet dienen sou in 't goe, Soo wy geen blijck en deden Van liefden, en van vreden, En soo wy somtijdts siet, Elck een in sijn gebeden, Malkander dienden niet.

Bevolen zijt den Heer Och mijn! lieve beminden, Ghy sult nu nemen keer, Godt wil u herten binden En vrede laten vinden Door sijn heyligh aenschijn, Op dat ghy eens-gesinden Meught in der liefden zijn.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.