Skip to content
1657

't Geestelijck kruydt-hofken

Anoniem

Op de wijse: Ick roep u O Hemelsche Vader aen. VErheught, verblijdt, met groot jolijt Die van herten gebroken En van bedroefde Zielen zijt, Al door der sonden strijt, Want den genaden tijdt Is u seer soet ontloken.

Staet op en gaet, niet langh en beyt Nae Bethlehem de stede; Siet wat daer in een kribbe leyt, Weent, ende deerlijck schreyt In lijden en droefheydt Tot uwer Zielen vrede.

Herodes die wert seer verstoort, Met alle sijn dienaren, Als hy die tijdingh heeft gehoort Van dees blijde geboort, Soo dat hy heeft vermoort Kinderkens van twee jaren.

Vergeefs Herodes ghy u quelt Om Christum te ontleden, Hy soeckt niet u rijckdom, u gelt, V schat, noch u gewelt, 't Rijcke van desen Helt En is niet hier beneden.

In opgepronckte hoven jent En is hy niet vinden,

Maer den vernederden ontrent Heeft hy sijn logement, Ter wereldt onbekent, Maer niet sijne beminden.

Hem neerstigh offerhande doet, Schoon Goudt, hooge van weerde, Dats een doorloutert herte goet, 't Welck in geen tegenspoet Afwijckinge en doet Maer trouw is in 't volheerden.

Brenght Wieroock op sijnen outaer, Ia Vyerige Gebeden, Al uyt een hert suyver en klaer, Niet voor de menschen, maer Voor Gode openbaer Moeten sy zijn beleden.

Een Buffel Myrrhe maeckt bereet Om voor hem uyt te gieten, Dat is een uytgepijnde sweet En bitter tranen heet Daer mede toont hoe leet De sonden u verdrieten.

Voor hem is weerdigh en bequaem Soodanigh offerhande, Hy geeft oock voor ons al te saem Sijn heylige lichaem, Als offer aengenaem, Vrywilligh hier te pande.

Lof Godt die ons soo heeft bemint, Dat hy tot ons bevrijden Gesonden heeft sijn lieve kint, Dat krachtigh overwint, Al wat ons hier begint Vyandigh te strijden.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.