Skip to content
1643

't Eerste Deel, van Sparens Vreughden-Bron

Anoniem

Bruylofts-Liedt, Stemme: Schoonste Nimphje van het Wout. MAer wat is den Echten-staet, Alst wel gaet, ‘t Is een Hemel hier beneden, Mits sy geen gelijck en heeft, Somen leest, Daer in naer de Wet en reden. 2 Als de Man heeft gantsch bemint, En gesint, Sijn Gemael en hout in eeren: En dat daer deur dan getrouw, Weer de Vrouw,

(Als Sara) Haer Man noemt Heere. 3 En haer Godt dan gesegent by, Mits dat sy, Wandelen in sijne wegen, Wat sou haer ontbreken hier? Niet een sier, Dan daer sy toe zijn genegen. 4 Kroon, noch Keyserlicke pracht, Is geacht, By een paer alsoo gebonden, Wel-geluckigh is de Man, Die soo dan, Sijne helft hier heeft gevonden. Een de Eer.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.