[Ha Belinde]
Stemme: Herderinne.
HA Belinde,
Segh waerom rooft ghy my (Goddin) de vryheyt?
Most ik vinde,
Mijn af-gedwaelde Vee, om weder te zijn quijt,
Mijn hert en ziel.
Soo drae u lonckjes viel,
Wiens tintel-lichte,
Kon in my stichten,
Dat ick most swichten,
(Een soet en felle brandt,)
Wiens brandt:/: :/: mijn heel ontmant.
2 Roem-waerde Maeght en Puyck van Lingnon,
Die de sinne,
Betoovert van die geen die op geen Min en dacht:
Want doen mijn oogh,
Op uwe schoonheyt vloogh,
Staelt ghy mijn sinne,
Dat ick most Minne
O Herderinne,
V schoonheyts brave deught,
De deught:/: :/: uws Lentens jeught
3 Brave woorden,
(Verciert met redens-reen die mijn Belinde gaf,)
Als hy hoorden,
Wat oorsaeck dat mijn joegh van mijn kudde af,
Met wat gelaet,
En reden-rijcke praet,
Verzelt met zeden,
Wiens goude reden,
Aen mijn besteden,
Een brandt die niemandt les,
Niet les:/: :/: dan ghy Vooghdes.
Lust baert wijsheyt.