Skip to content
1645

't Amsteldams Minne-Beeckie

Anoniem

Stemme: Zoo langh is 't Muysjen vry. Ghelijck den dauw verspreyt Op roose blaedtjes leydt, Ghelijck de Sonne-schyn (voor wien het Roosje buyght) De soete morghen dauw, van Roose bladen suyght. Gelijck een blomepjen soet Door Son en dauw gevoedt, Een levendighe ziel in levens wellust brenght, Wanneer sijn jeughdigh blos is met Kristal vermenght Mijn zieltje wellust schept Als ghy u Lipjes rept;

Wiens root korael, myn lief! is als een roos die bloeyt Waer op Kristalle douw van Hemels Nectar vloeyt. Wat wellust kreegh mijn ziel Als 't oogh hier op verviel; Ik dacht, dat ick nu moght mijn Engel sonne sijn, Ick zoogh mijn zieltje vol, op klipjes van Robijn. Wat beeck stort soeter vloedt, Als Heunich-beeckjen doet? Die uyt een Hemels grondt de Nectar drupjes haelt, En schietse op korael met wit Yvoor bepaelt, Daer 't tuyschen van haer keel (Veer boven het ghespeel, Of stemmen in Musyck) tot vreuchd de Goden dwingt, Wanneer haer lieve keel een minne deuntje zinght.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
't Amsteldams Minne-Beeckie · Anoniem · Poetry Cove