Skip to content
1645

't Amsteldams Minne-Beeckie

Anoniem

Stemme: Alst begint. Bedroefde Herder siet, Hoe komt dat Laura vliet, Ick vind mijn Nimphje niet In dees bosschagie, Hier heb ick langh ghetoeft, Die 't treurigh hert bedroeft Dat nu veel troost behoeft Voor sijn quellagie. Ey! komt wilt mijns eens verblijden, Soo stel ick alle druck ter zijden.

2 Heb ick niet soete Meyt V schaepjens dick geweyt, Ia selfs u stal bereyt Voor winters vlagen, Om dat de koude snee Eolis winden mee V sacht gewolde Vee Niet soude plaghen. Nu gaet ghy Laura voor mijn vluchten, En doet my aen dees ongenuchten. 3 Is dit dan mijnen loon? Ach! sult ghy aen mijn schoon, V trouwen Harder doon? Ey! keert u sinnen. Hadt ick u dit vertrouwt Dat ghy Philander soud Dus maken 't hart benout Door ontrou minnen, Die ghy u trouwe swoer voor desen, Maar trouw met ontrouw hebt bewesen.

4 Looft vry de nijders quaet, En steunt op vrienden raet Die met een valsch gelaet V d'oogen blinden, Om dat u Schaepjes zijn Wat meerder als de mijn, Moet ick eylaes met pijn By dese Linde, Mijn Lammertjes alleenigh voeden Daer wy met vreucht ons Beesjes hoeden. 5 Nu vrede voor het slot 'k Beveel de sake God: Maer houd niet meer de spot Met andere knaepjes.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
't Amsteldams Minne-Beeckie · Anoniem · Poetry Cove