Skip to content
1645

't Amsteldams Minne-Beeckie

Anoniem

Stemme: Vliet heen droeve suchjes, &c. Chuylter gheen medogen In het hertje van mijn Lief, so zijn mijn klachjes al verloren: 'k Heb door Liefds vermoghen In de Minne-godt de trouw van mijn stantvaste liefd gezworen Ik sal u lieven, mijn Lief mijn beminde, soo lang als ick leef Ik (die voor u kniel) // De Goon mijn Ziel, En u, mijn Lichaem gheef. 2 Suchjes zijn mijn spijze, Traentjes zijn mijn dranck, mijn Lief, misdien ick uwe liefd' moet derven Sal op dese wijze Lievend lichaem voen zo lang, dat trouwe liefde my doet sterve, Mach ick liefdes lusjes dan gheen meer pleghen, ghelijck als ick placht? Mach ick dan gheen meer // ghelijck wel eer, Ghebruycken liefdens macht?

3 Sal ick ondertussen Vwe lipjes, uwe mondt, u kaeckjes, en u roode wangen, Niet meer moghen kussen: Sult ghy my, mijn lieve lief, by u niet een reys meer ontfanghen, Sal ick geen lusjes, geen kusjes meer krijgen, gelijck als ick had, Toen ick in de min, Mijn herts Sanctin Om wederminne hadt? 4 Lief sal ick dan blyven Afgescheyden sonder u, ha, pronck en perrel aller Vrouwen: Laet des vaersjes schryven, Laetse na mijn doot, mijn lief, dat bid ick, op mijn Graf-steen houwen, Hier leyt hy die om sijn lief is gestorven, en rot tot as, Van de Ziel ontbloot, Nu tuyght zijn doot, Hoe trouw zijn liefde was.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
't Amsteldams Minne-Beeckie · Anoniem · Poetry Cove