Skip to content
1645

't Amsteldams Minne-Beeckie

Anoniem

Op de wijse: Ne vou in paschere Phillis.

Floride so het wesen mag, Ick com u doen een droef geklach Van mijn verdrietig minnen, Ik hebbet u o maeght,

Vry meer als eens gevraeght, Maer noyt yet konnen winnen.

Floride. 2 Wat komt van klaghen als verdriet, V klagen Damon gelter niet, Noch al u listigh quelen, 'k Ben niet die ick eertijts was, Doen ick in 't groene gras Gingh onbekommert spelen. Damon. 3 Floride wat is dit geseyt Is my so grooten druck bereyt, Dat my dit sal gebeuren, Ach, ach! doen ick eerst Thirsis sagh Daer hy ontrent my lagh Mocht ick met reden treuren.

Floride. 4 Ia Thyrsis vriendt dat is de man Die my alleen vernoegen kan, Hy is mijn eygen leven, Ick hebbe laest mijn rechterhant Hem tot een eeuwigh pant Met vrienden raet gegeven. Damon. 5 Achm ach! wat voor een swaren druck, Ach, Ach! wat voor een ongeluck Comt op mijn neder storten, Och, och! of nu een snelle doot In desen hoogen noot Mijn leven wou verkorten. Floride. 6 Ey Damon weest so treurigh niet, Dat u gebeurt is meer geschiet, V druck sal haest versoeten, Soo ghy maer eens een nieuwe maeght Die uwe ziel behaeght, Wt liefde gaen begroeten. Damon. 7 Maer t'wijl dit also is geschiet, En weert daerom ons herdens niet: Maer hoort ons liever spreken, Misschien sal u een rustig quant, Oock met een soeten brandt Een liever vyer ontsteken. Floride. 8 Neen dat en waer voor my geen eer, Een Bruydt en is geen Vryster meer, Sy mach geen minnaers spreke

Als eens het Ia-woort is geseyt Dan is de knoop geleyt Die noyt en is te breken. Damon. 9 Maer offer nu een schoonder quam, Of rijcker, of van hooger stam, Sout ghy hem niet ontfangen, Floride. Ey! swijght ick heb mijns herten wensch En my en sal geen mensch Na beter doen verlangen. 10 Hem die ick eens mijn trouwe gaf Dien blijf ic trou tot aen het graf Dus stremt u loose treken, Mijn oog en sal noyt elders gaen En ick en wil voortaen Geen linckers hooren spreken, Damon. 11 Sijn wy nu linckers soete maeght, Ons praet heeft u wel eer behaegt Waerom soo fits gesproocken? Een woordt noch eer mijn herte sluyt. Floride. Neen, neen, ick ben de Bruydt, V praet dient afgebroken. 12 Wanneer de liefd eens is geset, En treet tot in het Echte liedt Mach 't oog niet elders sweven, De trou dat is een reyn verbont Hy staet in my gegront, Voor al mijn gantsche leven 13 En schoonder yemant anders komt,

Die al de werelt schoonder noemt, Of anders wort gepresen. De ware liefd is elders blindt, Dewijl sy maer en mint Haer eerst verkoren wesen. 14 Om my en dient niet meer gedocht, 't Vleys datje siet, dat is kocht Ten kan u niet gewerden, Ghy voeght u daer men vry mach, En soeckt daer u bejach Voor my ick sal volherden.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
't Amsteldams Minne-Beeckie · Anoniem · Poetry Cove