nae de wyse van den 23. Psalm: Mijn Godt voedt my etc. 1. cor. 6.8.GOdt boven al in eeuwicheyt verheven 1. tim/ 6.16Woont in een licht, d' welc niemant in dit leven, Joan. 1/18Gesien en heeft, noch sien en can met ooghen Exo/20.4.Dus wil hy niet. dat men hem sal vertoogen Deu. 4.15.Ghelijck een beelt, uyt Menschen werck geresen Esaie 40. ende 46.Want voor ons is onbegrijplic zijn wesen. In het begin, als God eeuwich almachtich, Rom. 1.23 Genes. 1.Schiep hy van niet, door zijn woort wijsheyt crachtich, Joan.1.8.De Hemelen, Aerde, en die afgronden, Psal. 33.6.De Zee met al dat daer in is bevonden Pro. 3.20.Hy onderhout alle dinck met opmercken Hebr. 1.3.Dus voor ons, is onbegrijplick zijn wercken. Pro. 3.12.Lof, prijs, en eer, sy desen God alleyne 1. Tim. 1.17.Van hem heeft al, het wesen groot en cleyne Col. 1.16.Den sonnenschijn, vroegen regen en spade Deu. 4.19.Vruchtbaer tyden gheeft hy goe ende quade Mat. 5/45Die hem recht kent, moet dancbaerheyt bewijsen Sap. 15.3.Dat is wijsheyt, volmaeckt hooghe te prysen. Psal. 33.4Leert nu wijsheyt, Godt in zijn woort waerachtich, Exo. 34.6.Bekennen recht, zijn aert en sin eendrachtich, Deut. 10.17.Hoe dat hy is, barmhertich en ghenadich, Oock rechtveerdich, om straffen t' volck misdadich, Exo. 34.6.Daerom men moet, nu ter tijt sorge dragen mat. 18.18Alsmen oordeelt, dat het God mach behaghen.
In desen tijt twee Gods gheboden claerlijck Deut. 6.5. Noodich geleert sijn, en beleeft eenpaerlickmat. 22.36. Dat is, ghy sult God boven al beminnen Lief hebben van gantscher herten en sinnen T' grootste gebot, om de Wet te vevullen Die dit beleeft, zy Godt behaghen sullen. Zijn ghebodt is, andermael so wy lesen Lev. 19.19 U Naesten sult ghy lief hebben by desen Mat. 7.12. Als u selven, hier is veel in gheleghen, Mar. 12/30 Ander te doen, alsoo men is gheneghen, Rom. 13.8. Selve t' ontfaen, in 't slot wilt hier op achten Gala. 5/14. Godt sal rechten herte, sin, en gedachten. Jacob. 2.8 G.V.E. Hebr. 4/12
Cookies on Poetry Cove