I.
Ick bidt elck een wilt hooren,185
Ick bid u Hemelsche Vader mijn,569
Ick ben seer bedroeft int herte mijn,438
Ick dancke u o Heer,516
Ick danck God Almachtich van sijn genade soet,625
Ick heb den Heer lief want hy heeft verhoort,368
Ick hoorde een stemme roepen.597
Ick moet u o Heer loven,628
Ick roep tot u met hertelijck verlanghen,253
Ick roep u o Hemelsche Vader aen,390
Ick roep God met herten aen
Ick roepe met luyder keelen,585
Ick roep o Heer aen in noot niet cleyn,432
Ick wil den Heer ghebenedijt,97
Ick sal u een liedt verbreyden,324
Ierusalem hoort u Conincx woort,258
Iesus des Soons Syrach,645
In mijnen gheest, etc.18
In mijnen noot roep ick tot u,157
Ioannes sprack met woorden soet384