Op de Stemme: Doet u Ooghjes open. I.
O Roode Angieren ! Kunst hout ghy in waert, Want ghy hebt gaen stieren Nu korts uyt een Chaert, Daer door dat versamen Nu ses Vrye Kamers hier, Om Konst na 'tbetamen Te pleghen by 't Roo-Angier.
I I.
Op u Feest met vreughde, Haghe.'t Laurier-Spruyt komt nu, Jeught neemt aen in deughde, Konst-Broeders by u; Daer wy Schiedam Roode Roosen, Door Liefde tot Redens-Leer, Oock hoopen te bloosen, Doch Aensiet de Jonckheyt teer.
I I I.
V Konst-grage ooghen, Sien Oestgeest. Ooghen-troost mee, Oestgeests-Vreught ghy moghen Smaken sult in vree: Den Pijnaken.Pijn-Appel goedich, Hem oock heeft Uyt Liefd' ghepijnt, Hier te komen spoedich, Daer sy oock als-nu verschijnt.
De Catwijck op Rhijn. Cooren-Aeren mede Hier komen ter Feest, Liefd' moet blijcken hede, By elck Konst-graegh Gheest: Het Noortwijck binnen. Lelytjen onder Den Dooren, sijn komst oock heeft Uyt Liefd' bestaen, sonder Dat het yet om Zoili gheeft.
V.
Wy Broeders eendrachtich: Reijns-burgh. Roo Angieren nu Hier daer 't Woordt is krachtigh, Komen om by u Nu soet te vergaren, En te thoonen ons Kunst kranck, Dus wilt openbaren, Dat ghy ons komst neemt in danck.
Neemt uyt Liefd' in danck aen, de komst der Roode Roosen, Die hier komen uyt Liefd', u Redens-Feest ter eer; Op dat de Liefde mach, ô ! Roo Angieren bloosen Hier, daer 't Woordt krachtigh is; Aensiet de Ionckheyt teer. Aensiet de Jonckheyt.
Vervreught in deught,
G. van Breda.
Cookies on Poetry Cove