§ Prince.
Neempt dit in dancke Edele Princier,
En wilt altijt int t'Ghelooue blijuen,
Dwelck ghy moecht houden in v bestier,
Niemant en macht van v verdrijuen.
Uolcht mijn propoost,
Slacht niet die dolende blinde,
Ghy werdt ghetroost,
Hier op wel gloost,
Als een van Godts liefste beminde.