§ Een Liedeken op de wijse, Een Meysken vander Heyden. &c.
UErheucht v edel Geesten, Die hier tot deser Feesten Wt Ionsten zijt vergaert, Wilt minsten, metten meesten, Nu alle Ureucht volleesten, En toocht Rhetorices aert, Door d'ionstich compareren, Wilt constich exerceren Dees Const zeer hooch vermaert.
En wilt niet afwijcken Der constigher practijcken, Die Athlas neue vant,
Dats d'Edel Rhethorijcken, Welck dient byder Musijcken Zeer wel, by reden want, Waer dees twee domineren, Daer sietmen triumpheren Elckx ionghe Ieucht playsant.
Dees Consten twee laudabel, Wiens Deucht inestimabel Te bouen gaet het Gout, Niemanden molestabel, Maer elcken profitabel Zijn sy zeer menichfout, Elck hoortse gheern vseren: Want sy elck inciteren Tot Ureuchden Iong en Out.
Maer Rhetorijck bysonder, Die Godts Secreten wonder Den Menschen leert zeer net, Sy is s'Woordt Godts doorgronder, Die Boosheyt brengtse t'onder Met rijpen Raet beset, Al door haer diuiseren, Can sy Tweedracht payseren, D'welck een quaey Tong belet.
Door haer, Ambassadeuren, En alle Orateuren Zijn hooghelijck gheacht, Alle quaey Erreuren Can sy snel controleuren Met Sinnen wijs bedacht:
De Landen prospereren Daermen haer siet regeren, Mits haer Wel spreken sacht
Allen Melancolyen Doet Musica verthyen, Door haer Proporci ient, Mits haerder Melodyen Uerdrijft sy Fantasyen Crachtich en vehement, Orpheus moduleren De Dierkens die gauderen Al door sijn Instrument.
Alle treurich knaghen Musijck sonder versaghen, Den Mensch verweruen // doet, Sauls boose vlaghen Sachmen saen vertraghen, Aldoor t'verscherpen // vroet: Als Dauid ghing hanteren Om Sauls recreeren Het Spel der Herpen // soet.
Princier zeer fier verheuen, Dees Consten wilt aencleuen, Waer door elck Ieucht sticht Ureucht: Een Goddelijck leuen Werdt v daer deur ghegheuen, Dies ghy verheucht zijn meucht, Waer dees twee resideren, Daer sietmen extolleren Peys, en volmaeckte Deucht.
Cookies on Poetry Cove