Skip to content
1563

Refereynen ende liedekens

Anoniem

Elck suckt, raept, pluckt.

GOdt groet v Prince der Corenblommen reyn, Met allen de Heeren van d'Bruessels pleyn, Tsamen v Mans, oock vrouwen, en kinders, Die van Rhetorica nu houdt den Hoofschen treyn, Sonder te vergheten der Consten beminders: Ghy die vander Uraghen Autheurs zijt en vinders, Wilt my nu doch gheuen weynich Audientie: Als een vanden minsten, die zijn onderwinders Uan te antwoorden op uwe Inuentie, Dus hoore elck toe, en leene Silentie: Want ick sal hier terstont in cortte narreeren Wat dat de Landen in Rusten can ghenęeren, T'is Godt (die Liefd' is, nae Ioannes verclęeren) Dies sal ic voor Antwoort, voorts breed' ontvouden, Dat Liefde de Landen in Rusten can houden.

Deur Liefde soo compt den Urede ouer al, En daer wt Ruste op Berch, Ualleye, en Dal: Want sonder dese, en can gheen Ruste wesen, Alsoo men claer mercken mach (hoort mijn gheschal) Aen Leden eens lichaems, die veel zijn int ghetal, En oock diuersch in haer wercken ghepresen: Die nochtans in al Urede houden deur desen: Dus waer de Gheest der Liefden daer niet inne, Soo souden de Musclen, zenuwen en pesen Wederspannich wercken: deur welcke Onminne Int t'heel Lichaem sou rijsen (elck dit versinne) Smertte, Pijne, en Onrust (my ghelooft) Maer God gaf hun (deur Liefden) vanden beghinne, In Rusten te leuen, eendrachtich onder t'Hooft, Nae haers Herten lust goet, vrij onberooft, Insghelijcx dan seghh'ick voor ionghe en ouden, Dat Liefde de Landen in Rusten can houden.

Alsoot metten Lichaem is (wilt dit wel mercken) Ist oock met Landen, steden, Cloosters, en kercken, En Huysghesinnen // daermen leeft met Ureden, In Rusten, eendrachtich: en dit al deur d'wercken Der Liefden, diet al vast maeckt, en can verstercken: Want men bevint noch ten daghe van heden, Dat waer die ontslaept, daer ontspringen quaey seden, Als valsche Religie, (het welck ick hate) Onteeringhe der Ouders met crancken leden, Dootslach, Ouerspel, Diefte, Eyghen bate, En valsch Tuyghenisse (elck dit wel vate) Oock quade begheerte, die dit al genereert: Dus waer verdwijnt de voorseyde Charitate,

Daer verschijnt Onruste, die elcken turbeert, (ghelijck als hier voren breeder is verclęert) Dus seggh'ick (hoort toe, ten sal v niet rouden) Dat Liefde de Landen in Rusten can houden.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Refereynen ende liedekens · Anoniem · Poetry Cove