Skip to content
1563

Refereynen ende liedekens

Anoniem

§ Prince.

Die in deser Liefden volstandich blijuen, Die blijuen in God (nae Ioannes beschrijuen) En Godt in hun (als weerdich schat) Waer wt noodich volght, dat in hun moet beclijuen, Urede inder Sielen, en Rust inde Lijuen: Oock alle Goet, dwelck in Godt is veruat, Insghelijcx gheschiedet metten Lande en Stat, Daer t'Uolck eendrachtich in Liefden is vergaert: Waer deur elck sijnen Naesten (na sijn gauen) te bat Mach dienen, als Leden eens Lichaems ghepaert In alle Gherechticheyt, vrij onveruaert: Want dese zijn als Pijlen by een ghebonden, Die niemant breken can, hoe sterck oft vermaert: Want sy zijn metten Bandt der Liefden omwonden. Dus heb ick verclaert nu te deser stonden, (Het welck de Gheleerde wel beter doen souden) Hoe Liefde de Landen in Rusten can houden.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Refereynen ende liedekens · Anoniem · Poetry Cove