Skip to content
1563

Refereynen ende liedekens

Anoniem

§ Responce, eenen Sin op de voorgaende Psalm, Exaudiat, xx.

DE Heere sal U verhooren inden benauden tijt, En uwen Ual Die sal sijn Heerlickheyt te hulpe comen, Al in dit Dal, Soo compt de Cracht die v bevrijt, Heel ouer al Wort sy nu hier vernomen, T'sal v vromen, Dat v tot Sion nu werdt ghedaen: [Wilt nu niet schromen] U Onderstant siet toch wel aen,

Soo sal v voorts de Heer bijstaen, In sijn ghedacht, Sal hooch zijn gheacht, U Offerande daer ghy mé wilt tot hem gaen.

Hy ist, die gheeft Al dat v hert beghęren mach, Die macht hy heeft Sijn voornemen te volbringhen: Wie niet en beeft: Uerblijt v, want men Salicheyt nu sach: Deur hem die leeft, Worden wy groot, hy wilt dat ghehinghen. Alle dinghen Uerleent hy ons hier van onser ieucht, Laet v Liefd' dwinghen, Eert hem, ghy sult verweruen Ureucht: Soo veel als ghy oock wenschen meucht. Ick heb beuonden Tot deser stonden, Dat de Heer sijn Ghesalfde bewaert in Deucht.

Hy hoort zeer fijn Wt den Throon, daer sijn Heerlijckheyt inwoont: Op dit termijn, Siet elck sijn Cracht op Eerden: Sommighe zijn, Die meynen hier te zijn ghecroont, Deur Moeyt en Pijn, Uan Waghens oft van Peerden, Sulcx t'aenveerden, En mach altijt niet baten:

Maer die volheerden, En haer op Godt verlaten, Sullen doen bouen maten Menich groot Werck, Crachtich en sterck, Weerdich te vertellen allen Staten.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Refereynen ende liedekens · Anoniem · Poetry Cove