§ Prince.
Dat menich Landt nu is in Turbatie,
Uan t'Ghelooue onder menighe Natie,
Dat doet Tweedrachtich accoort quaet van mijnen:
Want hielense een Accoort door Godts Gratie,
Sou in alle Landen groote Ruste schijnen,
En s'Menschen Salicheyt soeter dan wijnen,
Sou daer oock door rijsen, zijt dies wel vroet:
Maer door tweedrachtich Accoort moet verdwijnen
Rusie der Sielen, en Ruste der Landen goet,
Dus eest dat de Landen zijn in Rusten, doet
Eendrachtich Accoort, t'is Christus Leeren,
Soo te leuen, spreeckt hy metter spoet,
In Liefden eendrachtich sonder verseeren:
Want Tweedrachtich accort onder alle Heeren,
Houdt de Landen in Onrusten en benouwen,
Maer Eendrachtich Accoort tot allen keeren,
Can de Landen in Rusten ghehouwen.