Het pottenmeisje.
‘Zie, wat allerliefste Kannen,
Mooije Potten, heb ik hier! -
Al hebt gij ze niet van nooden
Koop ze dan maar voor pleizier! -
Zulk een koopje hebje zelden!
Voorraad is ook altijd goed;
Dikwijls breekt m'al ligt een Potje,
Door een al ten grooten spoed. -
Wil dus van mijn Potten koopen!’
Roept de vlugge Pottenmeid,
Daar zij menig een tot koopen,
Door mooi-praten, ook verleid.