De schepenmaker.
In een Land vol meeren, poelen,
Vaarten, slooten en nog meer
Andre watren, is men daaglijks
Met de Schuiten in de weer. -
Maar daar men die Schepen, Schuiten,
Immer drijvende op den vloed,
Door verrotting, schuuren, stooten,
Dikwijls kalefaten moet;
Daar men nieuwen ook moet hebben,
Geeft zulks arbeid, af en aan,
Voor den noesten Schepenmaker
En verschaft hem een bestaan.