3.
Ja, Deugd, gevest op Menschenmin,
Vervreemd van snood gewin,
Die nimmer veinst, den Dwang ten spyt,
En 's Volks geluk betracht met vlyt,
Tart Dood en Graf en Tyd.
Die Deugd geviel
Capellens ziel;
Die eeuwig vry mag leeven;
Terwyl 's Mans nagedachtenis,
Zo lang ons Neêrland Neêrland is,
Geen roem, geen eerbied miss?