Op de wijse: Il est vray, ie le confesse. Comt, mijn siel, laet ons gaen singhen, Op den Blijen-bergh, Van schoone gheestelijcke dinghen Vrolijck sonder ergh, Godt wilt ons alsoo verstercken, Blijven altijdt by, Dat wy sijn wonderlijcke wercken Moghen prijsen bly. Comt Engelen en helpt ons prijsen Onsen Schepper groot, ’Shemels borghers wilt bewijsen Alle eer minoot, Son, en maen, en ghy planeten Sterren all’ ghelijck, Elementen onvermeten Looft hem eeuwelijck. Comt vogelkens en creaturen Hier beneden all’, Onredelijck oock van naturen In dit aerdtsche dal, Wilt u pooghen hem te loven Danckbaerlijck een-paer; Die u spijs verleent van boven, Het blijckt openbaer. Comt menschen van alle sijden Sijnen lof beghint: Wilt openbaerlijck belijden Dat hy u bemint, En wilt alle sijn weldaden
Die ghy hebt ontfaen, Over-dencken wel beraden ‘Tsal u wel vergaen. Hy heeft ons naer sijn beeldt gheschapen Met redelijck verstandt, Dat wy souden goede knapen Dienen hem constant; Hy schenckt ons dees creaturen Vry tot ons verdoen, Sonder coopen oft verhueren Sy ons dienen koen. Sijn Soon liet hy voor ons draghen Lijden swaer en groot: Hy was ghegeesselt en gheslaghen, En hinck naeckt en bloot Aenden cruys: hy heeft gheschoncken Ons sijns herten bloedt, Dien kelck heeft hy ghedroncken Bly en wel ghemoedt.
Prince. Prins, over alle u weldaden Aen ons menighfout, Wy u loven t’allen staden Ons goedt hert aenschout. Brenght ons met u soet gheleye Vyt dit droevigh landt, In ws hemels schoon contreye Deur u stercke handt. F.G.S.B.
Cookies on Poetry Cove