Skip to content
1623

Parnassus, dat is den Blijen-bergh

Anoniem

Op de wijse: Den Corenbijter vlieght in’t velt. Ick wou dat ick uyt die lijden waer Daer ick soo dickwils suchte, En dat ick leefde sonder vaer Daer boven in ghenuchte. Alsmen al te recht besiet, Dat hier is opden eerden: Wat vindtmen anders als verdriet En vreucht van gheender weerden? Daer boven is’t soo lieffelijck zijn Al in des Hemels ruste, Daermen gheniet tot alle termijn Godts glorie met welluste. De feeste duert tot allen tijt Al veur des Heeren troone, Dat gheclanck en dat jolijt Is boven maten schoone. De Moeder Godts is daer present Verciert met allen deughden, En allen de Heylighen excellent Die doet sy daer verjeughden. De Engelkens rusten nemmer meer Van singhen met herten reyne: Heylich heylich Godt den Heer, Heylich zijt ghy alleyne. De Maegdekens singhen soo schoon discant, Naer des schrifts verclaren, De Coninck Favid wel bekant Die speelt op sijne snaren.

Ick roep tot u, mijn Heer mijn Godt, Hoe langh moet ick noch woonen Al in des werels droevich kot, Daer ick niet en can verschoonen, F.G.S.B.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Parnassus, dat is den Blijen-bergh · Anoniem · Poetry Cove