De hen en hare kiekens.
Hier hebt gij 't hennetje en haar kroost,
Zie hoe zij zoekt en spiedt.
Het kleinste zaad, de kruimel brood,
Ontgaat haar aandacht niet.
Zij leert haar kiekentjes reeds vroeg
Al wat er dient gedaan
Om spoedig, als zelfstandig dier,
Gansch op zich zelv' te staan.
Die zorg, zij is ook d'oudren zorg,
Doch weet gij waáaár het schort?
Dat haar waardij, door 't speelziek kind,
Te veel vergeten wordt.