Het zwijn.
Nog eens een spreekwoord u genoemd,
- Moog' 't nooit toepasslijk zijn! -
Men zegt wel eens, maar 't klinkt niet mooi:
Zoo morsig als een zwijn.
Hij wentelt zich den ganschen dag
Door slijk en modderpoel,
Als waar' dat eerst het grootst genot
En 's levens eenigst doel.
Maar schoon hij niet van reinheid houdt,
En steeds in de aarde wroet,
Toch - maar gij weet het immers wel -
Toch smaakt zijn spek ons goed.
DE GEIT.
HET PAARD.