De geit.
Mijn geitje, 't is als hadt ge mij
Reeds langen tijd verwacht,
Zoo starend ziet gij naar mij uit
Als waart go mij ontdacht.
Doch neen! ik heb, gelijk van ouds,
Mijn zakken vol gelaän
Met wat voor u het lekkerst is,
Zeg, staat u dat niet aan?
Maar dan ook ras u voortgemaakt,
Neem nog een laatsten beet,
Mijn wagen staat al haast een uur
Voor uwe komst gereed.