De hond.
Wanneer men van een diersoort spreekt
Door waakzaamheid beroemd,
Dan waarlijk wordt in de eerste plaats
De trouwe hond genoemd.
Gij legt u 's avonds rustig neer,
Geen kommer voor den nacht;
Want Castor, nimmer wakensmoe
Houdt op het erf de wacht.
Des daags is hij steeds aan uw zij,
En is zij ooit verdiend
De liefde voor het trouwste dier,
Houd Castor dan te vriend.