Prince.
Looft prijst//den Heer//dan al ghelijck,
Versoeckt den nieuwen Coning//in zijn wooning;
Bewijst//hem eer//die u maackt rijck,
Hy gheeft u zyne krooning//tot belooning;
Want hy roept noch int nieuwe Iaar,
Ghy die met sond' belast zijt swaar,
En droevelijck beladen;
Komt ick sal u versaden//uyt ghenaden.
C. Biestkens. Een van drien.