Skip to content
1710

Nederduitse en Latynse keurdigten

Anoniem

Het Beelt spreekt.

Al wat natuur aan my mogt schuldig zijn gebleven, Dat heeft z' in ruimer maat aan mijne zoons gegeven, Die zoons, die, boven my getilt op d'eerentrap, Den glans bezwalken van de gantsche Priesterschap. Dus wert den glans verdooft van Arons borstlapssteenen, Wanneer de stralen slegts van Moses hoornen scheenen.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Nederduitse en Latynse keurdigten · Anoniem · Poetry Cove